Piet de Lijser, de laatste echte sluuswachter van ’t haventje van Cadzand, was de grootvader van Sjaak (en overgrootvader van Arti).

14799893_1137939156297062_2012184265_o

Tekst van het informatiebord:

Tussen 1870 en 1875 werd met kruiwagen, schop en veel goedkope mankracht het achter u liggende afwateringskanaal gegraven om het overtollige oppervlaktewater van de vruchtbare polders af te voeren naar zee. Een sluis met zware sluisdeuren was daarbij noodzaak om te voorkomen dat bij vloed de polders zouden overstromen. Bij eb staat het water aan de landzijde van de zeesluis hoger dan aan de zeezijde. Eertijds was het de taak van de sluiswachter bij eb de zware deuren open te draaien. Zo werd het overtollige water toen richting zee geloosd. Tegenwoordig wort het water dat men teveel heeft via grote pompen in het gebouw achtger u gewoon weggepompt en is men het ook kwijt en kan men het zonder sluiswachter stellen. Piet de Lijser, de laatste echte “sluuswachter vâ ’t haovetje vâ Kezand”, stond model voor het beeldje, vervaardigd door beeldend kunstenaar Guido Metsers. De “sluuze” was van oudsher een sociaal trefpunt waar de “kezantenaor” en de toerist elkaar trofffen. Een praatje maakten, informeerden naar de temperatuur van het zeewater, naar het weer voor de komende dagen en of de mosselen dit jaar weer zo lekker waren als vorig seizoen. Kortom, men kende elkaar en had nog tijd voor elkaar. Tussen die begintijd van Cadzand-Bad als opbloeiende toeristenplaats zo omstreeks de vijftiger jaren van de vorige eeuw en het heden liggen vele jaren. Phanta Rhei, alles stroomt zoals het water door de “sluuze”. Alles is in beweging, niets is bestendig. Zo ook Cadzand en haar bewoners en u, onze gast, die zich komt vermaken en ontspannen. Die tijd van toen komt nooit meer terug. De badplaats verandert gestaag maar wat blijft is de gastvrijheid, de aanspreekbaarheid en gemoedelijkheid van de “kezantenaor” en de tijd die we voor elkaar nemen. De laatste “sluuswachter vâ ’t haovetje” staat hier voor u als symbool voor al die vroegere “oude kezantenaoren op de sluuze”. Een kiekje voor het vakantiealbum, dat kon altijd wel en dat kan dus nog steeds, ga er maar naast staan!

De volgende tekst is geschreven door Peter de Lijser, kleinzoon van de Sluuswachter.

Tussen 1870 en 1875 werd met kruiwagen, schop en veel goedkope mankracht een kanaal gegraven tussen de bakkersdam bij Oostburg richting Cadzand om het overtollige oppervlaktewater van de achterliggende polders af te voeren naar zee. Een sluis (de sluuze in ons Kezanse dialect) is daarbij  noodzaak als technisch hulpmiddel. Anders  stroomt bij vloed het achterliggende land vol met zeewater hetgeen niet de bedoeling is. Bij eb wordt het polderwater, dat dan aan de landzijde veel hoger staat  dan het zeewater aan de andere kant, de volle vrijheid gegeven richting zee te stromen en is men het kwijt.
  

Achter deze zeesluis lag nog een z.g. wachtsluis als extra zekerheid voor het geval bij grote stormvloed als bijv. in 1953 de zeesluis het niet zou houden. Deze wachtsluis lag ter hoogte van waar u nu landinwaarts het houten  fiets/voetgangersbruggetje ziet.

Op de foto ziet u Piet de Lijser, de laatste sluuswachter van Cadzand aan het windwerk. Hij bediende daarmee de sluisdeuren. Het gebeurde met de hand en was loodzwaar werk.

De vissers van Retranchement verloren na de verzanding van het Zwin in 1875 hun haventje en kregen ter compensatie een gegraven getijdenhaventje terug in Cadzand.

Op de foto, het getijdenhaventje van Cadzand zoals dat er vroeger uit zag geschilderd door de Bressiaanse amateur- schilder en voormalig visser uit Cadzand Jaap Albrechtse.

De sluuze vervulde feitelijk een dubbel doel. Het werd al spoedig een sociaal trefpunt waar de weinige autochtone Kezantenaren elkaar na een vermoeiende dagtaak troffen. Het was de tijd dat de Kezantenaren zelf in hun schuurtje bivakkeerden en hun huis verhuurden aan de toeristen, de badgasten. Toerist en Kezantenaar, men kende elkaar en had tijd voor een praatje. Zeker op de sluuze waar er altijd wel een aantal te vinden waren voor een gezellige kout. En was er niemand dan was er altijd nog wel de sluuswachter te vinden met een goed advies over het   weer voor de komende dagen, de kwaliteit van de mosselen dit seizoen of de goeie raad niet te ver de zee in te gaan want ‘de wind is aflaandig en d’r zit een sterke onderstroom bie afgoand water’. En die sluuswachter, die wist uiteraard alles van het weer af. Die keek naar de lucht en zei: ‘ gao morgen mao nao Brugge wan de  wind draoi na’t zuuen en da krieg je’nhieile dag ‘n miezerigge motregen’.

Panta Rhei, alles stroomt zoals het water door de sluuze, alles is in beweging, niets is bestendig. Zo ook Cadzand, haar bewoners en de gasten die er zich kunnen ontspannen of vermaken. Tussen de ‘tijd van toen’ en het heden ligt een halve eeuw. Met een zich steeds veranderende badplaats en steeds weer nieuwe gasten. Die tijd van toen komt nooit meer terug. In een halve eeuw is Cadzand-Bad enorm veranderd. De sluuswachter en met hem zijn kompanen op de sluuze zullen over nóg een halve eeuw ‘t  Haoventje van Kezaant niet meer terug kunnen vinden.

In de 90er jaren toen de contouren van een vernieuwend Cadzand-Bad zich begonnen af te tekenen bouwde een kleinzoon van de laatste sluiswachter van Cadzand een klein appartementencomplex op de grond van z’n grootvader. Dit appartementencomplexje, ‘De Sluuswachter’ was de aanleiding een beeld  aan te bieden aan de gemeenschap.

‘De sluuswachter’ als symbool voor al die oude Kezantenaoren  op de sluuze. Symbool van een afgesloten periode die niet meer terug komt.

Het oorspronkelijke beeld, vervaardigt van gegoten graniet, is helaas
onherstelbaar vernield geworden. Dat was jammer. Cadzand-Bad heeft niet zo erg veel publieke kunst aan te bieden. Een beeldje aan de ander kant van de Boulevard de Wielingen, de ‘Badnimf’, (Guido Metser 1972, eveneens een initiatief van Peter de Lijser) en een fraaie haaienand (ontworpen en uitgevoerd in 2000 door   J.A.J. Boekhout uit breskens op initiatief van Piet Faas, Hotel Noordzee),   het frisse neuzen symbool (van de hand van T. Clement in opdracht van  de toen- malige Cadzand-promotiegroep ‘Frisse Neuzen’) en dan tenslotte de zuilengalerij van de Boulevard de Wielingen dat in samenhang met de bijzonder lichtmasten ook als kunstwerk gezien moet worden.Daar  moet Cadzand-Bad het vooralsnog mee doen.

De toenmalige gemeente Oostburg wass van mening geweest dat de sluuswachter terug moest komen en heeft Hugo Metser, de ontwerper van het oorspronkelijke beeld, opdracht gegeven een nieuw beeld te vervaardigen.


Dit bronzen beeld is op 20 december 2000 geplaatst en onthuld óp  de sluuze waar een sluuswachter zich behoort  te bevinden. Je kunt er weer tegen praten, je mag met hem op de foto en je kunt er -gelukkig- nog steeds kezantenaoren aantreffen die bereid zijn je de weersverwachtingen voor morgen en de rest van de week te   voorspellen. Een echte sluuswachter om de sluizen open en dicht te draaien is er niet  meer.

Tegenwoordig wordt het kanaalwater weggepompt doormiddel van een gemaal. Maar op en rond de sluuze, midden tussen het Panta Rhei-gebeuren van de zich steeds vernieuwende hotels en appartementscomplexen blijf je als gast ook in de toekomst de Kezanse gastvrijheid en aanspreekbaarheid ervaren.

En is er niemand op de sluuze? Dan tref je er altijd nog de geest van de oude Willem Mellie, Sakke Poreij, Ko Legas, Bram Baas of z’n broer Jan Keij, Sakje Missillie of d’n ouw’n Tjeeuw Legas (persoonsnamen op z’n Kezaans geschreven) en zo vele promonente sluuzegangers van toen,vormgegeven in het beeld van de sluuswachter.

Panta Rhei, alles beweegt, alles is veranderlijk. De zuilengalerij aan de Boulevard de Wielingen, ooit als kunstwerk neergezet  heeft het veld moeten ruimen voor een nieuwe ontwikkelingsfase in de geschiedenis van de badplaats. Laat er echter ruimte blijven voor een paar herinneringen aan ‘de tijd  van toen’ en de ‘sluuswachter’ op de plaats blijven waar hij hoort; op de sluuze’.